EPV voor gas, de doodsteek voor innovatie!

Persoonlijke reactie op consultatieronde Regeling Energieprestatievergoeding huur (link)

 

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Aan de Minister voor Wonen en Rijksdienst

Zijne Excellentie de heer drs. S.A. Blok

Postbus 20011

2500 EA DEN HAAG

 

Betreft:    Zienswijze op consultatie Concept Regeling Energieprestatievergoeding

Datum:    9 september 2016

 

Excellentie,

Middels deze brief wil ik graag mijn bezorgdheid uitspreken over de koers die u vaart met betrekking tot de toepassing van de Wet Energie Prestatie Vergoeding Huur. Als bedenker van het EPV-principe en initiator van de Stroomversnelling wil ik u graag nog eens uitleggen om wat voor reden wij dat idee ooit bij u en uw ambtenaren heb geïntroduceerd.

 Energiesprong

Begin 2010 ben ik door het toenmalige ministerie van VROM gevraagd een rol te spelen bij de implementatie van de Innovatie Agenda Energie Gebouwde Omgeving (IAGO). Wij hebben daar destijds de naam ‘Energiesprong’ aan gegeven. Energiesprong had als missie om de condities te creëren waarmee grote sprongen waren te maken bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Die missie was gekoppeld aan twee belangrijke mijlpalen waaraan het programma een bijdrage moest leveren. De eerste was ervoor te zorgen dat de bouwsector in staat was om per 2020 energieneutraal te bouwen. Energieneutraal was binnen ons programma gedefinieerd als volledig energieneutraal te vergelijken met de “Norm” die we nu Nul op de Meter noemen. Die ambitie hebben we ruimschoots kunnen waarmaken. Bouwers bouwen op dit moment volop NOM-woningen die gretige aftrek vinden in de markt.

De tweede mijlpaal betrof de bestaande gebouwde gebouwde omgeving: Energieneutraal in 2050!

Een langzaam transformerende massa als de gebouwde omgeving energieneutraal maken gebeurt niet door stapsgewijze verduurzaming. Diverse onderzoeken hebben dat inmiddels aangetoond. Energiesprong heeft daarom de afgelopen jaren een veelheid aan experimenten uitgevoerd aan de hand waarvan er aanbevelingen zijn gedaan aan u en uw ambtenaren. Daarnaast zijn de geleerde lessen uit die experimenten weer vertaald naar nieuwe, op opschaling gerichte, programma’s. De Stroomversnelling is er daar één van. De Stroomversnelling richt zich op het verduurzamen van het onderdeel woningbouw binnen de gebouwde omgeving. Daarbij wordt Nul op de Meter en de toepassing van niet-fossiel als principe gehanteerd.

 Stroomversnelling en Nul op de Meter

Het beginsel Nul op de Meter wordt door velen als een dogmatisch principe ervaren. Ik denk ook dat er lobbyisten zijn die daar richting u geen goed woord voor over hebben. Ik heb dit beginsel echter niet bedacht als een dogmatisch principe. U verstrekte Energiesprong immers jaarlijks een opdracht om innovatie te versnellen en daar passen geen dogma’s bij. Het principe Nul op de Meter is door mij bedacht omdat we binnen onze experimenten hadden ontdekt dat er andere oplossingen worden gevonden als mensen een systeemgrens moeten passeren. Door het weglaten van een gasaansluiting en vanaf de ambitie ‘Nul-Energie’ te starten met het ontwerpen, dimensioneren en engineeren, wordt zo’n systeemgrens gepasseerd. Om die ontwikkeling vervolgens een kans te geven op de markt, dienden er meerdere condities gelijktijdig gecreëerd te worden. In het geval van de Stroomversnelling had dat vooral te maken met schaal en de mogelijkheid voor de woningcorporatie om de investering op een passende manier “terug te verdienen”. Voor dat laatste was een wetsaanpassing noodzakelijk. Het principe daarvan is destijds ontwikkeld binnen Energiesprong en zij hebben ook geadviseerd bij het vormgeven van deze wet. Omdat destijds het energieakkoord een hot-topic was hebben de betrokken ambtenaren in de toelichting vooral daaraan gerefereerd. De link met Energiesprong en het innovatiebelang is in veel mindere mate voor het voetlicht gekomen. En dat is achteraf jammer te noemen.

 Het belang van innovatie

Om het belang van innovatie uit te leggen wil ik hier nogmaals benadrukken dat Nul op de Meter geen technologisch concept is. Het is slechts een middel die innovatie uitlokt. Er zijn een veelheid aan technologieën te bedenken waarmee voldaan kan worden aan de normen die, in uw opdracht, zijn bedacht om een zeer energiezuinig huis te maken die in aanmerking komt voor de EPV.

Er zit in beginsel ook veel waarheid in de argumenten die tegenstanders van het NOM-principe aangedragen. In de winter moet er immers (nu nog) meer dan 2 keer zoveel fossiele energie gebruikt worden om met een energiecentrale de elektriciteit op te weken die de woning in de zomer heeft geleverd aan het net. Het is vanuit duurzaamheidsperspectief op de korte termijn dus veel slimmer om dat gas met een hoog rendementsapparaat te verbranden in de woning zelf. Nul op de Meter is echter niet bedacht voor de duurzaamheid op de korte termijn. Het is bedacht om een complete sector na te laten denken over de technologieën van de toekomst. Het is bedacht om een transitie in gang te zetten waarmee uiteindelijk de hele gebouwde omgeving op duurzame bronnen kan draaien zowel in de zomer als in de winter. In de technologische ontwikkelingen van de verschillende componenten die daarvoor nodig zijn zitten tempoverschillen. Het één kan echter niet wachten op het ander. De gebouwde omgeving is immers een langzaam transformerende massa waarbij er zich tussen nu en 2050, per individuele woning, maar een paar kansen voordoen om een grote stap te zetten.

We beschikken nog niet over de technologie om een huis op dit moment volledig op duurzame bronnen te laten draaien. In de winter dient er ergens centraal energie opgewerkt te worden. De hoeveelheid is echter door de goede isolatie en luchtdichtheid niet te vergelijken bij de hoeveelheid energie die een gemiddelde woning nu verbruikt. De winterbehoefte wordt bij voorkeur door middel van minder vervuilende gascentrales opgewekt. Die rol zal echter steeds meer overgenomen worden door windmolens, biogascentrales en kleinschalige duurzame warmtenetten in combinatie met innovatieve energieopslagsystemen.

De gebruikte technologie van een Nul op de Meter woning staat nog in de kinderschoenen. We doen het nu net allemaal even slimmer en integraler waardoor er op zowel financieel vlak als op het vlak van energieprestatie stappen zijn gezet. Uitgedrukt in versies zou ik echter durven stellen dat versie 1.0 nog niet eens bestaat. Er worden op dit moment echter enorme investeringen gedaan om die versie 1.0 te realiseren. Het feit dat een bedrijf als LG Electronics, vanuit Zuid Korea, vol inzet op de ontwikkeling van een integrale en goedkope energiemodule voor woningen met een zeer lage energievraag spreekt boekdelen. Mijn verwachting is dat er binnen 3 jaar integrale installaties op de markt komen die in prijs kunnen concurreren met bestaande gastechnologie mits die innovaties niet worden gefrustreerd.

Wij hebben als Energiesprong voor de gebouwde omgeving een roadmap ontwikkeld die wordt gerealiseerd door de marktpartijen die zijn verenigd onder de paraplu van de Stroomversnelling. De financiële randvoorwaarde om de beoogde technologische ontwikkeling daadwerkelijk geïmplementeerd te krijgen is de EPV wetgeving. Daarmee weten partijen dat er uiteindelijk een businesscase is te maken voor technologieën die zonder ondersteuning van fossiele brandstoffen kunnen werken.

 Gas

Gastechnologie is een uitontwikkelde technologie. Zelfs de inzet van groen gas verandert daar niks aan. Groen gas wordt door veel mensen aangedragen als reden om de gasvariant niet overboord te zetten. U wordt daar ongetwijfeld regelmatig mee geconfronteerd. Er is echter door ECN aangetoond dat groen gas amper in 15% van onze energiebehoefte kan voorzien. De inzet van het schaarse en ongetwijfeld dure groene gas binnen de gebouwde omgeving is dan zeer onwaarschijnlijk. Het is immers veel logischer om dat schaarse product in te zetten voor processen die vragen om hoge temperaturen en hoogcalorisch gas dus zo effectief mogelijk ingezet kan worden zoals binnen transport en industrie.

Door gasinstallaties in aanmerking te laten komen voor de EPV wordt vergeten waarom deze ooit is bedacht. Veel partijen zullen gaan zoeken naar de ‘gemakkelijke’ oplossingen met gas als energiedrager (ik kan u uit eigen ervaring vertellen dat deze sector zeer creatief is op dat vlak). De technologie daarvoor bestaat immers al. De financiële incentive om te investeren in echte innovatieve en duurzame oplossingen valt daardoor weg. Daarnaast wordt hierdoor een lockin situatie gecreëerd die de energietransitie qua tempo in de wielen rijdt. Het afkoppelen van wijken en buurten van het aardgasnetwerk is in de ogen van vele energie-experts immers onoverkomelijk. Of die wijken en buurten nou voorzien gaan worden van duurzame warmte of zelf energie gaan produceren laat ik maar even in het midden. Feit is dat wijken en buurten waar wordt gekozen voor nieuwe gasinstallaties voor lange tijd zijn uitgesloten van deze beweging. Het in stand houden van de relatief dure gasnetten kan daardoor zwaar gaan drukken op maatschappelijke middelen. De gaslobby zal nu ongetwijfeld gaan roepen dat er ook elektriciteitsnetten verzwaard moeten worden. Dat mag zo zijn maar dat is slechts van korte duur en onderdeel van het tempoverschil dat ik eerder noemde. Ik zie nu al dat samen met de netwerkbedrijven slimme software wordt ontwikkeld om vraagpieken te elimineren. Er worden opslagsystemen ontwikkeld en toegepast die opwekpieken in de zomer corrigeren. Nogmaals, technologie in de kinderschoenen maar kansrijk en geboost door de ontwikkeling van NOM-renovaties en de introductie van de EPV.

U benoemt als argument dat gastechnologie ingezet kan worden als concurrerende technologie. Ik denk dat u hiermee echter de plank vanuit transitieperspectief volledig misslaat. Het is vanuit dat perspectief van belang dat de sector juist een alternatief vindt voor gastechnolgie. Een technologie die kan concurreren met de huidige gasaansluiting. Een technologie die het mogelijk maakt om de voor dezelfde woonkosten energieneutraal te wonen onafhankelijk van fossiele brandstoffen.

Natuurlijk zijn gasoplossingen goedkoper. Als dat niet zo zou zijn dan hadden we het hele innovatietraject niet op hoeven zetten. Dan was het vanzelf gegaan. Het verbranden van gas in een uiterst efficiënte apparaat is echter een vrijwel uitontwikkelde technologie. Een technologie die overigens ook laat zien wat innovaties opleveren. De HR-ketel is de afgelopen 15 jaar meer dan 70% in prijs gedaald en zeker gehalveerd in afmetingen. De technologieën die de Stroomversnellers ontwikkelen staan nog in de kinderschoenen. De belangrijkste industriële partijen hebben de overtuiging dat ze binnen een paar jaar kunnen concurreren met conventionele technologieën.

Het is dus niet aan een opportunistische markt om de keuze te maken tussen gas of duurzame bronnen. Die markt zal in beginsel altijd kiezen voor de goedkope oplossing. Het is aan de minister om de condities te creëren die het aantrekkelijk te maken om te kiezen voor duurzame oplossingen. Het is aan u om de condities te creëren die het mogelijk maken om te investeren in innovatie!

 De markt

We hebben de afgelopen jaren, in uw opdracht, gewerkt met koplopers die het lef hadden om hun nek uit te steken. Partijen die zijn gegaan voor een ambitie zonder eerst tot op de bodem uit te zoeken of er überhaupt commerciële voordelen uit te halen waren. Dat was ook onmogelijk op dat moment. De combinatie van positieve, samenhangende condities heeft hen het gevoel gegeven hier hun schouders onder te moeten zetten. Er zijn inmiddels partijen die miljoenen hebben afgeschreven om deze innovatieslag van de grond te krijgen. Ik ben dan ook erg geschrokken van het feit dat u deze partijen afschildert als partijen met louter commerciële motieven. Natuurlijk zijn die er op de langer termijn altijd. Deze koplopers tonen echter ook duurzaam ondernemerschap. Dat verdient erkenning en steun in de beweging die ze maken.

U heeft zowel direct als indirect te kennen gegeven de condities te willen creëren om deze beweging succesvol te maken. Het faciliteren van uitontwikkelde technologieën is een treurige miskenning van de inspanningen die deze partijen hebben gedaan de afgelopen jaren!

Compensatie

U zult in een reactie ongetwijfeld refereren aan de compensatie die partijen moeten realiseren met duurzame opwek. Die brengt echter grote complicaties met zich mee. Een beperkte hoeveelheid gas is, uitgedrukt in elektrische energie, heel veel opwek met PV. Dat betekent dus een flinke extra belasting van het elektriciteitsnetwerk. Daarnaast zal ook hier het principe van woonlastenneutraliteit toegepast moeten worden. De kamer heeft zelfs gevraagd of u daar aanvullende regels voor kunt stellen. Dat betekent naast energetische compensatie ook een aanvullende financiële compensatie door extra opwek. Door de beperkte teruggave vergoeding op elektriciteit die niet wordt gesaldeerd betekent dit dat er onwaarschijnlijke hoeveelheden aanvullende energie opgewekt moet worden.

 Bewoners

De experimenten van Energiesprong zijn altijd gedaan met een grote bewonersbetrokkenheid. Wij hebben ontdekt dat er voor de bewoner maar één duidelijk referentiepuntpunt is. Dat is de meter achter de voordeur. Die begrijpen ze. De meter op nul is simpel uit te leggen en er is op een relatief simpele manier een prestatiegarantie op af te geven. Bewoners kunnen vervolgens de woningcorporatie aanspreken als de beloofde prestatie niet wordt behaald. De meter op nul kan tegen identieke woonlasten worden gerealiseerd als voor de renovatie. De EPV moet dus simpel uit te leggen zijn en niet omgeven zijn met ingewikkelde rekensommen, verwijzingen naar normen, ingewikkelde verrekensystemen en de toepassing van wat voor energie-equivalenten dan ook.

Gebiedsneutraal

De EPV is niet bedoeld om het hele energievraagstuk in de gebouwde omgeving op te lossen zoals velen lijken te willen. Het koppelen van gebiedsmaatregelen aan de EPV zou in beginsel alleen kunnen als er rechtstreeks effecten zijn waar te nemen op die ene meter achter de voordeur. De energiewetgeving is daar echter nog niet op ingericht. De roep om techniek neutrale wetgeving is in die zin ook misplaatst. Niet de EPV legt beperkingen op aan techniek maar de huidige energiewetgeving. Er wordt in de hele wet immers niet gesproken over ‘all-electric’ maar over ‘niet-fossiel’. Partijen die u doen geloven dat u met de EPV kiest voor een technologie door de term techniek-neutraal in te zetten, gebruiken een misleidende framing. Er wordt een fossiele energiedrager uitgesloten en niet een technologie.

Dat de Stroomversnelling zich alleen focust op all-electric is dus niet waar. Dat is een framing die wordt neergezet door fabrikanten, bouwers, installateurs en adviseurs die het innovatietempo niet kunnen bijbenen. De huidige complexe en centraal georiënteerde energiewetgeving laat echter op dit moment weinig ruimte om andere richtingen te kiezen die voordelig zijn voor zowel huurder, eigenaar als bouwers. Onbeperkte beschikbaarheid van duurzaam opgewekte warmte tegen een vast bedrag als onderdeel van de EPV zou bijvoorbeeld best passen bij de geest van de EPV.

De EPV in relatie tot labelstappen

Op dit moment loopt er ook nog onderzoek naar vraag of de EPV is in te zetten voor labelstappen. Ik maak van deze gelegenheid gebruik om ook daar mijn mening over te geven.

Voor labelsprongen zijn voldoende stimuleringsinstrumenten in de markt. Daarnaast zou het domweg de standaard ambitie moeten zijn voor corporaties die hun woningvoorraad aanpakken. Niet eens heel veel duurder dan een standaard renovatie omdat veel ingrepen van rechtswege moeten worden uitgevoerd (bouwbesluit) en bouwers ook niet hebben stilgezeten als het gaat om slimmere en goedkopere renovatieoplossingen.

Er zijn de afgelopen jaren en er worden de komende jaren tientallen miljoenen euro’s gestoken in het aanjagen van besparingen met kleine stappen. Allemaal vanuit de gedachte dat die grote sprongen berusten op wishful thinking en niet gewild zijn bij de consument. Echter, ook de kleine stappen willen mensen niet en ook de gedachte dat we met kleine stappen ooit de doelen gaan halen berusten op wishful thinking. We kunnen dus beter gaan proberen om die grote stappen aan te jagen. Op dit moment is er slechts één instrumentje wat dat doet. Eén instrumentje waar we drie jaar op hebben moeten wachten. Het zou een stap terug zijn als die op het moment van verschijnen wordt gekaapt door gaslobbyisten, de label-stap-markt, de achterblijvers en dubbele agenda’s van brancheorganisaties.

Op dit moment concurreert een label B-renovatie absoluut met een NOM-renovatie. Sterker nog. Vanuit financieel perspectief, het beheersen van de ratio’s, kan een corporatie beter twee NOM renovaties doen (=investering) dan één B-label (=kosten). Die concurrentie is er alleen door het bestaan van de EPV. Met een EPV voor labelstappen is die concurrentie weg en bestaat er geen incentive meer om die grote stap te zetten. En die grote stappen hebben we nou juist nodig om de klimaatdoelstellingen te realiseren. De EPV als innovatiemotor is daar onlosmakelijk mee verbonden.

Verantwoordelijkheid

De EPV dient een doel en is vanuit die optiek onderdeel van een groter geheel. Dat grote geheel valt onder de transitieverantwoordelijkheid van u als minister. De argumenten waarom er in de EPV geen gasvariant thuis hoor zet ik als afsluiting nog eens op een rijtje:

  1. De doelstellingen van Energiesprong zijn ontwikkeld onder ministeriële verantwoordelijkheid. Deze doelstellingen zijn jaarlijks goedgekeurd door het ministerie en overgenomen door de partijen die onder verantwoordelijkheid van de minister zijn gevraagd deel te nemen aan de Stroomversnelling.
  2. De minister heeft naast korte termijn besparingsdoelen ook een verantwoordelijkheid voor de lange termijn. Voor die lange termijn is het gebruik van fossiel gas uitgesloten. Die visie is al vanaf 2010 onderdeel van de door het ministerie goedgekeurde jaarplannen van Energiesprong.
  3. De stelling dat de Stroomversnellers moeten gaan concurreren met technologieën die gebaseerd zijn op het gebruik van fossiel gas is onhoudbaar. De minister heeft de verantwoordelijkheid om innovaties te stimuleren die als alternatief kunnen worden ingezet voor uitontwikkelde fossiele technologieën.
  4. De EPV is bedacht en ontwikkeld binnen het Energiesprong programma met het idee om daarmee een belangrijke belemmering voor het nemen van grote duurzame sprongen te elimineren. Die belemmeringen zijn per omgaande terug als de EPV wordt ingezet voor gas en kleine sprongen. Er is op dat moment immers geen incentive meer om die grote sprong te maken.
  5. De minister heeft een verantwoordelijkheid voor alle partijen die deelnemen aan de opschalingsprogramma’s van Energiesprong. Dat zijn met name de Stroomversnelling Huur en de Brede Stroomversnelling. Zij hebben gekozen voor een route die is voortgekomen uit een programma dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van BZK.

Dit alles betekent niet dat u als minister verantwoordelijk bent voor de resultaten of de keuzes die deze partijen maken. Het betekent volgens mij wel dat u als minister deze koplopers zoveel mogelijk dient te faciliteren om de beoogde ambitieuze doelstellingen te halen. Dat is goed voor de bewoner, de bouw en draagt uiteindelijk bij aan het behalen van de klimaatdoelstellingen.

Persoonlijk

Ik heb de afgelopen jaren op een zeer plezierige manier mogen samenwerken met het ministerie van BZK. Het nut van die samenwerking wordt echter op losse schroeven gezet door deze ondoordachte en fout gemotiveerde regeling. Ik ben zeer teleurgesteld in de ambtenaren die deze gasvariant op een onnavolgbare manier en zonder overleg met de mensen van uw eigen Energiesprong programma in consultatie brachten.

Nul op de Meter, de Stroomversnelling en de EPV zijn bedacht om slechts één doel te dienen. Het uitlokken van innovaties die zorgen voor een energie neutrale gebouwde omgeving. De EPV is inmiddels een speelbal geworden van de gas- en labellobby. Het zal mij niets verwonderen dat deze regeling de hele Stroomversnelling als samenwerkingsverband zwaar onder druk gaat zetten. Los daarvan zal deze regeling in één klap de innovatie inspanningen van het Energiesprong programma om zeep helpen.

 Ik hoop u met deze brief voldoende argumenten aangereikt te hebben om de implementatie van deze regeling te herzien. Als bedenker en initiator van dit hele innovatiemechanisme doe ik een klemmend beroep op u en de de Tweede Kamer om de EPV regeling te beschouwen als onderdeel van een lange termijn strategie. De Energiesprong heeft een groot effect gehad op de bouwsector. Laat dat effect niet verwateren door deze regeling.

Hartelijke groeten,

 

Jan Willem van de Groep

 

janwillem@vdgroep.nl

06 – 20967748


 

BIJLAGE 1

 

Geschiedenis van de Wet Energie Prestatie Vergoeding

Experimenten

Het idee om een mogelijk derde geldstroom te introduceren naast huur en servicekosten is al terug te vinden in de eerste jaarplannen van Energiesprong. Dat zal zo rond 2010 geweest zijn. Het bleek onmogelijk om met dit fenomeen te experimenteren omdat er te veel onzekerheden voor de huurders overbleven. Ook de ambtenaren van BZK Woningmarkt leken destijds weinig zin te hebben om ons tegemoet te komen met betrekking tot dit idee. Ik herinner me een gesprek die ik met de toenmalig directeur van de Struurgroep Experimenten Huisvesting (SEV) Lex de Boer voerde samen met twee hoge ambtenaren van BZK Woningmarkt. Energie was niet hun probleem, als we echt iets wilden dan moesten we bij de energiebedrijven zijn. Ik geloof dat we binnen een half uur weer buiten stonden. Dat zal in 2012 geweest zijn.

Wij experimenteerden er intussen lustig op los. Vooral het programma Slim en Snel was een mooi ontdekkingstocht. Enerzijds om belemmeringen boven tafel te halen en anderzijds te ontdekken welke ambities überhaupt te realiseren waren op dat moment. Energiesprong had immers van de minister de opdracht gekregen om condities te creëren die bijdroegen aan vergaande verduurzaming van de gebouwde omgeving.

De best mislukte

De mooiste inzichten ontstaan tijdens de best mislukte experimenten. Die hadden we in Apeldoorn. Samen met woningcorporatie de Goede Woning en een aantal bouwers. Binnen dit experiment hebben we met de bewoners, de bouwers en de corporatie het ambitieniveau Nul op de Meter (NOM) geïntroduceerd. Verrassend genoeg bleek dat technisch haalbaar binnen de ideeën die er bestonden over budgetten voor een dergelijke ambitie. Uiteindelijk bleek het onmogelijk om een businesscase te bouwen die op lange termijn voldoende zekerheid gaf voor de bewoners en de corporatie. Door andere ingewikkeldheden brokkelde ook het vertrouwen van de bewoners af waardoor de NOM-ambitie uiteindelijk niet is gerealiseerd.

We hebben daar wel ontdekt dat NOM werkt. Met de juiste condities was er een businesscase te bouwen voor de corporatie, was er een garantie te geven aan de bewoners en zagen bouwers perspectieven om een vergaande innovatieslagen te maken.

Stroomversnelling

De Stroomversnelling Huur is geïnitieerd door het Rijksprogramma Energiesprong. Het programma heeft tot de dag van vandaag gehandeld in opdracht van het ministerie en valt rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van de minister. De partijen die deel uit maken van de Stroomversnelling Huur zijn stuk voor stuk benaderd door mensen van het Energiesprong programma. Nogal zuur dus dat die partijen door de minister worden weggezet als zakkenvullers met grote commerciële belangen bij all-electric oplossingen. De partijen die wij hebben benaderd hebben aan de hand van de kennis uit de Energiesprong experimenten en aan de hand van hun eigen inzichten de condities benoemd die nodig waren om een innovatieroadmap te realiseren. Een innovatieroadmap die was gebaseerd op het realiseren van innovaties, die op lange termijn leiden tot een honderd procent duurzame gebouwde omgeving. Een roadmap die onderdeel uitmaakte van de jaarplannen die vanaf 2010 jaarlijks door het ministerie van VROM en later BZK zijn goedgekeurd en onderschreven. Het gebruik van fossiele brandstoffen op woningniveau passen al vanaf de start van Energiesprong niet in die roadmap. Het was hoogstens denkbaar dat door tempoverschillen van centraal opgewekte energie en centrale opslag, in de winter gebruik moest worden gemaakt van fossiele brandstoffen. Dat is vanuit transitieperspectief te billijken. Het was toen al waarschijnlijk, en het tekent zich nu steeds meer af, dat er ook in de winter steeds meer duurzame energie opgewekt gaat worden en er mooie oplossingen voor (seizoens)opslag op de markt gaan verschijnen.  Voor dat soort oplossingen moet een langzaam transformerende massa als de gebouwd omgeving nu al klaar gemaakt worden.

De DEAL

Een van de belangrijkste condities die gecreëerd moest worden was de mogelijkheid om die derde geldstroom te realiseren. Die conditie is zelfs opgenomen als ontbindende voorwaarde in het contract die de Stroomversnellingspartners sloten. De deal was op zich vrij simpel. De corporaties zorgden voor schaal, de bouwers leverden binnen het beschikbare budget en gaven een belofte dat prijzen in de toekomst gingen dalen door innovatie. De minister diende de belangrijkste conditie te creëren: de derde geldstroom. Dat die wet er daadwerkelijk zou komen heeft de minister nooit kunnen toezeggen. Hij was immers afhankelijk van de instemming van het parlement. Maar de minister heeft wel toegezegd zich in te spannen deze belangrijke conditie te realiseren.

De EPV

De ambtenaren en de minister hebben in al hun wijsheid besloten om de EPV, gedurende het wetgevingsproces, vooral te koppelen aan het Energieakkoord. U leest dat met name in de toelichting op de wet en de begeleidende brieven. Dat is jammer. Het zou beter zijn geweest veel meer de koppeling te maken met de energietransitie op de lange termijn en de noodzaak van innovatie om die lange termijn doelstellingen te halen. De contouren van de wet zijn immers ontwikkeld en bedacht binnen Energiesprong en de Stroomversnelling.

Ik heb zelf, samen met een collega, als adviseur en expert meegedacht en meegeschreven aan die wet. We hebben rekensommen gemaakt, we hebben vragen beantwoord en meegedacht over wijzigingen naar aanleiding van reacties. Het principe van niet-fossiel heeft gedurende dit traject nooit ter discussie gestaan. Pas nadat het Voorstel van Wet het wetgevingsproces in ging ontstond er wat rumoer vanuit de hoek van de gaslobby, achterblijvende bouwers en, nota bene, ons eigen Plan Bureau voor de Leefomgeving.

 

Verder lezen:

Lees hier deel 2.

Over de  foute argumenten die de minister gebruikt bij het verdedigen van de EPV-gas.

Lees hier deel 3.

De geschiedenis van de EPV en de verantwoordelijkheid die de minister met zich meedraagt.

 

 

  3 comments for “EPV voor gas, de doodsteek voor innovatie!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: