ALLES DRAAIT OM HET GESAMTKUNSTWERK

(uitgebreide versie Renda blog 13 maart 2014)

“Een goed ontwerp is zo weinig mogelijk ontworpen. Deze grondgedachte is verweven in het DNA van het merk en komt terug tot in het kleinste detail. Een heldere en krachtige beeldtaal vormt de basis van het design waarbij interieur en exterieur elkaar perfect aanvullen. Perfectie is niet het doel, gelukkig klanten wel”. Dat zou toch een mooi statement kunnen zijn voor een designer van woonruimte. Het is echter een uitspraak van Matthijs van Tuijl de Nederlandse senior-designer van Audi.

 

De afgelopen weken is de discussie over de rol van architecten bij de vormgeving van industrieel te vervaardigen renovatie- en gebouwoplossingen fors opgelaaid. Eén ding staat vast, de wereld die nooit meer terugkomt is die van bouwheer en bouwmeester. Met deze bijdrage doe ik een poging de wereld van een designer in de bouwindustrie te schetsen.

Industrieel produceren van huizen dichterbij dan ooit

In de bouwsector is de vergelijking met de  auto-industrie voor enkelen een geliefde tijdverdrijf, voor anderen is het lastig om een analogie te zien tussen ambachtelijk bouwen, geliefde architectuur en industrieel produceren. Weer anderen worden boos en stellen dat ieder bouwwerk het kenmerk heeft van een conceptcar.

Het industrieel produceren van complete huizen en complete renovatieoplossingen is echter dichterbij dan ooit. Nieuwe procestechnologie, sociale innovatie en een crisis hebben daarvoor gezorgd.

Ik vergelijk de huidige bouwpraktijk graag met de automotive ‘industrie’ van begin 20e eeuw. Er waren toen zo’n 4000 smederijen die postkoetsen ombouwden naar auto’s. Design speelde daarin nog geen grote rol, ondanks het feit dat er best fraaie postkoetsen werden gebouwd in die tijd. Design werd pas belangrijk toen er concurrentie ontstond en er steeds beter werd gekeken naar de behoefte van de klanten. Natuurlijk niet de behoefte van gisteren en vandaag, maar de behoefte van morgen en overmorgen. Design werd het onderscheidend vermogen van een product, het wezen van een merk waar je je als klant mee kon vereenzelvigen. Design zit daarbij niet slechts in het uiterlijk, je ontwerpt de te gebruiken technologie in functie van de beoogde gebruiker die bij jouw merk-strategie past.

De noodzaak om industrieel te produceren

Industrieel produceren en op industrieel produceren gericht ontwerpen is nodig om als bouwsector duurzaam stappen te kunnen maken en  geloofwaardig te blijven in de ontwikkeling van een optimale verhouding tussen prijs en kwaliteit. De  maatschappij verwacht op korte termijn gebouwen die geen energie meer gebruiken en aanzienlijk beter presteren op comfort en gezondheid. De maatschappij verwacht uiteindelijk ook dezelfde kwaliteit bij het toenemende aanbod van renovatie-concepten. Betere spullen tegen lagere prijzen met gegarandeerde prestaties is het mantra van de markt. En dat kan. Als we het voor elkaar hadden gekregen om het spoor van de industrie te volgen dan was de kostprijs van nieuwe huizen in 20 jaar tijd niet met 45% gestegen maar met 50% gedaald. Dat had makkelijk gekund als we een gebouw waren gaan beschouwen als een systeem en niet als een opeenstapeling van losse bouwproducten. De bouwsector maakt zich maatschappelijk relevant door te erkennen dat een verbetering van de prijs-prestatie verhouding groter dan 50% nodig is om mensen een woonkwaliteit te bieden die past bij deze tijd. Het zou voor de sector onverteerbaar moeten zijn dat in deze tijd half Nederland nog woont in oncomfortabele, lekke en ziekmakende woning wonen.

We maken mooie postkoetsen…

In de bouw maken we best mooie postkoetsen. We hebben echter nog weinig ervaring met produceren op de lopend band. Laat staan dat we inzicht hebben in de ontwerp vraagstukken die op ons afkomen als er op de lopende band of met een 3D printer geproduceerd gaat worden. Waarom zouden we nog raamopeningen met kozijnen nodig hebben als er onder geconditioneerde omstandigheden wordt geproduceerd? Hoe vervangen we gevelafwerkingen met materialen die printbaar of afrolbaar zijn zonder af te doen aan de hoogwaardige esthetische uitstraling van de oplossingen die we nu kennen? Hoe kunnen de beperkingen van een lopende band of printkop worden opgevangen zodat het geen effect heeft op de uitstraling en variatie van het geassembleerde eindproduct? Hoe kunnen klantmodificaties worden vormgegeven zonder de mogelijkheid om zoveel mogelijk product-markt combinaties te maken op één  productielijn te verkleinen. Vraagstukken waar architecten (die ik eigenwijs designers blijf noemen) zelden mee worden geconfronteerd.

De designer als spil in het proces

Bij Audi is de designer de spil bij de ontwikkeling van nieuwe concepten. Alles draait om design en kwaliteit. De kwaliteitsafdeling van Audi is vanaf het begin betrokken bij het ontwikkelingsproces van een auto. Met één blik op de digitale ontwerp gegevens kunnen deze experts potentiële storingsbronnen meteen opsporen en suggesties doen voor verbetering. De prototypes worden helemaal ontleed door het knister-knaster-team, die elke tik of rammel uit de auto verbannen. Voor een nieuw automodel op de markt komt gaan er vijf jaar van design, ontwikkeling en testen overheen. Bij Audi noemen ze dat ook wel “van-A-tot-Z-design’. Design is daarbij ook altijd gekoppeld aan de produceerbaarheid van de auto binnen een productielijn.

Bouwconcepten kunnen op dezelfde manier ontwikkeld worden. Met de senior-designer als spil in het proces. Design als spil tussen techniek, de klant, schoonheid en productie. Testen en prototyping zijn daarbij uitermate belangrijk om de belofte  aan de klant ook echt waar te kunnen maken. Het scheiden van ontwerp, engineering en fabricage is in de auto-industrie niet meer voor te stellen. Het draait om een Gesamtkunstwerk.

Krijgen we dan een eenheidsworst aan gebouwen voorgeschoteld? Nee, juist niet.

De grootste misvatting van industrieel produceren is wel dat alle gebouwen er hetzelfde uit komen te zien. Produceren op lopende banden en/of 3D printers levert allesbehalve een eenheidsworst op. De geautomatiseerde lopende band vergroot juist de mogelijkheid van mass-customization. De klant staat centraal en krijgt een grotere keuzemogelijkheid voorgeschoteld. Biedt het ene merk onvoldoende toegevoegde waarde, dan zal de gewenste woonbeleving zeker te vinden zijn bij andere merken.

Designers geven vorm aan de leefomgeving

Een huis of een gebouw is een gebruiksvoorwerp als ieder ander. Er is echter wel een belangrijk onderscheid. De vormgeving van gebouwen bepaald in grote mate de kwaliteit van een leefomgeving. Dat wil zeggen dat designers van gebouwen een bijzondere maatschappelijk verantwoordelijkheid hebben. Naast gezonde, veilige en comfortabele gebouwen moeten ze ook zorgen voor een benadering waarin leefplezier centraal staat. Een gebouw heeft een context. De opgave is dus om binnen die context op klantkeuze gebaseerde fabricage woongenot te verbeteren en betaalbaar te maken.  Senior-designer van een huizenmerk, je zult het maar mogen zijn!

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: