Smart City

Voor het tijdschrift De Corporatiegids schreef ik 2 jaar lang een column. Deze herpublicatie is de vierde in een serie van zeven over energie, bouwen, innovatie en huisvesting.

Corporatiegids november 2016

De afgelopen jaren bent u waarschijnlijk wel een keer geconfronteerd met het fenomeen Smart City. Vooral bestuurders van de grote steden zijn er dol op. Amsterdam is wereldwijd zelfs één van de koplopers op het gebied van Smart City initiatieven. De echte betekenis van het fenomeen wordt echter slecht begrepen.

Het ideaal achter Smart Cities is het verhogen van de levenskwaliteit in steden. Men gaat ervan uit  dat de stad door middel van ‘smart’ efficiënter georganiseerd kan worden en de afstand tussen de inwoners en het bestuur kan worden verkleind. In de ideale Smart City is alles verbonden via een netwerk van sensoren, internet en hoogstaande technologische apparaten met als motor het Internet of Things. Enerzijds dus een beter en efficiënter bestuur maar anderzijds ook de keerzijde dat inwoners continue in de gaten gehouden worden.

Smart City gaat volgens veel bestuurders ook om de participerende burger die gemak moet hebben bij de toepassing van technologie. Het gaat om oplossingen voor problemen zoals het bestrijden van de effecten van klimaatverandering, oplossen van vergrijzingsproblemen, beheer van infrastructuur en het slim sturen van water- en energievoorzieningen. Technologie en commerciële bedrijven zullen daardoor in toenemende mate het gedrag in de openbare ruimte sturen en beheersen.

Architect Rem Koolhaas heeft daar grote problemen mee. De slimme stad creëert in zijn ogen een infantiele burger die zich apathisch beweegt in de openbare ruimte. Ook het motief dat voor alle problemen een economisch gefundeerde oplossing voorhanden is gaat voorbij aan de vrijheid van leven die het verleden van een stad zo kenmerkt. Traditionele Europese waarden van vrijheid, gelijkheid en broederschap worden in zijn ogen vervangen door comfort, veiligheid en duurzaamheid. Ik denk dat hij zeker een punt heeft.

De idealen van een slimme stad gaan namelijk uit van een modelburger en het geloof van neutrale beslissingen met behulp van technologie. Wat dit betekent voor de burger is niet duidelijk. Het lijkt erop dat het vooral een feestje is voor de hogere en middenklasse. Het leven van de kapitaalkrachtige consument lijkt namelijk centraal te staan. De vraag is dan of een slimme stad ook plek biedt voor de niet-slimme burger. Burgers die zich niet committeren aan deze beweging of daar geen behoefte aan hebben. Burgers die geen internet hebben, burgers die niet beschikken over de smartphones en apps waarmee het leven een stuk aangenamer lijkt te worden. Burgers aan de onderkant van de samenleving. Met andere woorden: schept een smart city niet aanvullende ingrediënten voor een tweedeling in de samenleving?

Dat corporaties daar op de één of andere manier een rol in spelen lijkt mij evident. Er staan sociale huurwoningen in die slimme steden, bewoond door klanten waarvan een groot deel zich minder senang zullen voelen bij al dat digitale geweld. We kunnen straks zelfs de situatie krijgen dat het ene deel van de stad slim en en het andere als dom te boek staat. Misschien moet u straks wel uw bezit scheiden in DOM bezit en SMART bezit. Net zoiets als DAEB en niet-DEAB. Wees u in ieder geval bewust van deze beweging en de consequenties daarvan voor uw klanten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: